dinsdag 17 november 2009

Op 20 november 2008, dus zéér recentelijk, publiceerde professor Kees Keizer van de Faculty of Behavioral and Social Sciences, van de universiteit van Groningen, een onderzoek waar ondermeer graffiti aan de orde komt. De Volkskrant besteedde er in een klein stukje aandacht aan.


De fietsen staan geparkeerd in een steegje in Groningen voor een verbodsbord met het Woord graffiti erop. Aan alle fietsen is een kaartje bevestigd waarin een sport­zaak de fietsers een prettige vakantie toe­wenst. De proefleiders houden precies bij hoeveel van die papiertjes achteloos op de grond worden gegooid of netjes opge­ruimd.

Het blijkt dat slordigheid niet alleen af­hankelijk is van het karakter en het ge­moed van de fletser, maar ook van de toe­stand van de muur. Wanneer de muur be­klad is met graffiti gooit ruim tweederde deel van de fietsers het kaartje op de grond, terwijl slechts een derde deel dit doet als de muur netjes donker­grijs is geverfd.


Dit is één van de experimen­ten waarmee de psycholoog Kees Keizer en zijn collega's

aantoonden dat normverval besmettelijk is. Ook als er fietsen fout geparkeerd staan, wanneer boodschappenkarretjes op de parkeerplaats slingeren, of als er vuurwerk wordt afgestoken op verboden tijdstip­pen, zijn omstanders geneigd het minder nauw te nemen met de regels. Ze drukken bijvoorbeeld vaker een paar euro achter­over of negeren een verbodsbord met ver­boden toegang.


Normoverschrijdingen zijn met andere woorden besmettelijk. Wie er snel tegen optreedt, repareert dus niet alleen kleine, al gemaakte foutjes, maar bereikt ook dat veel potentiële daders zich bijtijds inhou­den.


Bron: Kees Keizer et al. The spreading of disorder. Sci­ence. VOl. 322, Pp 1681-1685. Volkskrant 27-12-08.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten